Iriscopie

Iriscopie werd al door (ca. 460 377 voor Christus) toegepast. Pas in 1881 krijgt deze methode een nieuwe impuls door een boek over de topografie en de betekenis van de iris geschreven door de Hongaarse arts Ignaz von Peczely. Beroemd is het proces tegen de Duitse pastoor Felke, zijn irisdiagnose bleek in achttien van de twintig gevallen juist.
De grondlegger, de Hongaarse arts Ignatz von Peczely, die bij een zieke uil een vlekje op zijn oog ontdekte. Toen het dier was genezen, was ook het vlekje verdwenen. Voor een zo nauwkeurig mogelijk registratie en voor de juiste diagnose werd een systeem ontworpen dat de iris verdeelt in straal- en cirkelvormige zones. Zij komen overeen met de (plaatsen van) organen.
Iriscopie is manier om vast te stellen hoe het met je gezondheid is gesteld. Op grond van de kleur, structuur en tekens in het oog wordt een diagnose gesteld. Eigenlijk is het dus geen geneeswijze, maar een diagnostiek. Alles wat zich in het lichaam afspeelt, geeft via de zenuwbanen een afspiegeling in het oog.
Iriscopie is bedoelt om een ziekte op te sporen, niet om te behandelen. Het is een aanvulling
Op de doorsnee diagnostiek om ziekten vast te stellen. Gezondheidsproblemen die onder andere worden opgespoord zijn:
– Allergie;
– Eczeem;
– (Chronische) vermoeidheid;
– Problemen met de spijsvertering;
– Klachten aan keel, neus en oor;
– Leveraandoening;
– Problemen aan hart;
– Nierproblemen;
– Stoornissen in de wervelkolom.
De iris wordt letterlijk onder de loep genomen. Met een vergrootlens en sterke lichtbron kijkt de iriscopist in je oog. Tijdens dit onderzoek wordt de pupil samengetrokken. Vaak zijn de microscopen aangesloten op speciale videorecorders. De iris kan zo nauw bestudeerd worden zonder dat de patint de hele tijd onder het apparaat ligt.
De basiskleuren van de iris zijn blauw, grijs en bruin. Donkergekleurde pigmentvlekken die je vaak in blauwe of grijze ogen ziet, zijn toxinevlekken. De iris kan na de ziekte van een orgaan ook helemaal van kleur veranderen.
Signalen
Er zijn twee soorten tekens te zien in de iris: de pigment- of kleurtekens en structuur- of vormverschillen zoals gaatjes in het weefsel. Bij kleurtekens gaat het bijvoorbeeld om gelige verkleuring, onnatuurlijke kleurringen, witte, donkere en zwarte tekens als stippen of lijnen en krampringen. Witte tekens kunnen onder andere wijzen op ontsteking, donkere tekens op functievermindering en zwarte tekens op substantieverlies.
Behandelplan
De iriscopist zal zijn bevindingen doorspreken en daarna wordt er in overleg met de patint een behandelplan opgesteld. De wijze van behandelen kan per iriscopist verschillen. Sommige iriscopisten werken puur met vitamines en mineralen, een ander ziet meer heil in acupunctuur.
De achtergrond van de iriscopist kan ook verschillen. De n is natuurgeneeskundige, de ander homeopaat.